Historie

De voorlopers van Kano Club Rotterdam

Het varen in een kano is populair vanaf de late jaren twintig. Een kano was goedkoper dan een zeilboot en gemakkelijk te stallen. Bovendien had de kano al een flinke opmars gehad in Engeland. In 1932 komen er daarom drie kanoverenigingen aan de Kralingse Plas. De Kralingse Cano Vrienden (KCV),  de Rotterdamse Cano Club (RCC) en de Kralingse Cano Club Never Dry (K.C.C. Never Dry).

Kralingsche Plaslaan, bij het clubhuis van Never Dry en RCC. Kampioenschap R.2.S. 1937. 3 1/2 km. De toptijd was 16 minuten.

De naam Never Dry verwijst naar het drassige land langs de noordkant van de plas waar de club zich toen vestigde. RCC vond een plekje op het jachtwerfterrein van Klappé aan het Langepad aan de westkant waar nu het strand is. Waar KCV zat, is onbekend.

In 1935 kwam de gemeente Rotterdam met nieuwe plannen om het Kralingse Bos door te trekken tot aan het water. Door herverkaveling zaten de drie clubs ernstig in de weg. Zij kregen daarom een nieuwe plek toegewezen langs de Kralingse Plaslaan waar de gemeente al bezig was met het uitgraven van de huidige jachthavens. De eerste loodsen bij deze jachthavens verschenen en met eigen geld van de leden en leningen slaagden RCC en Never Dry er ook in twee houten loodsen te bouwen die er tot de dag van vandaag nog steeds staan. Bovenop het puin van de Oosterkerk aan de Hoogstraat die zes jaar eerder was gesloopt.

Sloop van de Oosterkerk aan de Hoogstraat, 1930. Het puin werd gestort op de plek waar zes jaar later de kanoclubhuizen aan de Kralingse Plaslaan kwamen.

De bedoeling was dat KCV zou meedoen, maar die club is toen verdwenen dan wel opgegaan in RCC en Never Dry.

Oorlog

De oorlog vanaf 1940 maakte een einde aan veel vertier, maar bij Never Dry en RCC ging dat nog even door. Er waren kanowedstrijden, tuinfeesten, kerstvieringen en tochtjes op de plas als de Duitsers tenminste toestemming gaven. Al snel werd echter de hele Kralingse Plas spergebied waar niemand meer mocht komen en vorderden de bezetters alle kano’s in de clubhuizen.

Na de oorlog verloren de leden elkaar uit het oog en zakte het ledenaantal tot dramatische dieptepunten. Zo had RCC in de jaren vijftig soms nog maar 18 leden. De clubhuizen werden lange tijd verhuurd, onder meer om zeil- en motorboten te stallen.

Pas in de jaren zestig komt er weer leven in de brouwerij. De zeil- en motorboten moeten eruit, bij RCC komt een bescheiden kantine en er zijn weer tochten. Never Dry is al vanaf 1960 weer een actieve wedstrijdvereniging.

Circa 1968, voor het clubhuis.

Karakter

Opvallend is hoe beide clubs vaak van karakter veranderden. Soms lag de nadruk bij de een op wedstrijden, bij de ander op toeren of andersom. In de jaren zeventig verscheen er zelfs een biljarttafel bij RCC die pas in 2000 werd verkocht. En wat te denken van darttoernooien in het clubhuis van 1989 tot 1993. Ook nieuwe takken van kanosport komen op en gaan later weer ten onder. Zo was kanopolo erg populair vanaf 1980. RCC’ers bouwden eigenhandig polyester polobootjes en organiseerden toernooien in het natuurbad Zwarte Plasje (Hillegersberg) of de Kralinger Esch. Op internationale toernooien bereikten zij de 2e of 3e plaats, ondanks de grote concurrentie van Duitsland en Engeland. Vanaf 1984 komt het wedstrijdvaren weer op, met ook wildwater (‘afvaart’) en slalom in België,  Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk.

In Rotterdam ontstaat nog een nieuwe variant: de ’trimklasse’. Trimmen was toen een populair woord voor hardlopen. De term werd ook gebruikt voor Nederlands eerste wedstrijden in een kano over een lange afstand. De bedenkers van deze trimklasse waren RCC’ers Jef Schlappi en Ot Mellema. Het idee erachter was om de stap van toervaarder naar wedstrijdvaarder te verkleinen. Zij bedachten de eerste RCC-marathon in 1988 op de Rotte over een afstand van 20 kilometer. Nog steeds is deze marathon de bekendste van Nederland met zeker honderd deelnemers. Deze marathon heet tegenwoordig het Open Nederlands Kampioenschap Marathon K2. Het record uit 2003 staat nog immer op naam van Edwin de Nijs (club Viking): 1.24.10.

Toeren

In diezelfde jaren tachtig laat Never Dry de wedstrijdsport grotendeels voor wat het is om zich weer op toeren te richten. Er zijn heel wat toerclubs in Nederland en dus komt er een eigen bond, de Toeristische Kano Bond Nederland (TKBN) die zich afsplitst van het tegenwoordige Watersport Verbond (WSV) waar de buren lid van zijn. Never Dry schaft meer Canadese kano’s en zeekajaks van polyester aan. Bredere boten met meer ruimte voor bagage om te kamperen tijdens meerdaagse tochten. De veiligheid tijdens varen op groot water wordt belangrijker. Never Dry’ers oefenen serieus reddingen en hebben een flinke garderobe om in geval van een kapseis te overleven in het koude water. Varen in de branding op zee is nog steeds populair terwijl dit bij RCC vanaf 2010 wat verflauwt. De scheidslijn tussen de toerders van Never Dry en de wedstrijdvaarders van RCC is wat scherper geworden. Om dit te onderstrepen komen er bij RCC zelfs halterbanken, een kanotrainingsapparaat en een timer in de kantine. De kantine van Never Dry ademt na een verbouwing in 1996 juist een relaxte, wat Scandinavische sfeer uit, met vergadertafels en een doordachte bar. Wel gaan beide clubleden met elkaar op vaartocht en helpen zij elkaar bij het organiseren van tochten en wedstrijden.

Fuseren

Toch blijft het voor de buitenwereld vreemd dat twee ogenschijnlijk identieke kanoclubs pal naast elkaar bestaan. De gedachte om te fuseren komt op, maar dat blijkt telkens een brug te ver. Naast financiële afwegingen spelen zeker psychologische factoren een rol bij het loslaten van het eigen clubgevoel. Maar er zijn ook praktische barrières. Zo bleek een nieuwe naam met daarin ‘Never Dry’ moeilijk te accepteren bij RCC omdat die naam in de wereld van wedstrijdvaarders nogal ridicuul overkomt. ‘Never Dry’, dat ooit verwees naar de modderige locatie aan de noordkant van de plas, zou duiden op knullige wedstrijdvaarders die telkens omslaan. Maar een fusie heeft vanaf de jaren negentig altijd wel gesluimerd. De achtertuin die beide clubgebouwen eerst nog scheidde, wordt dan al doorgebroken. Een eerste stap op weg naar de fusie tot Kano Club Rotterdam die in 2022 eindelijk een feit is.

Het nieuwe logo van Kano Club Rotterdam. Om de rijke historie te benadrukken, is ‘1932’ toegevoegd aan het logo.